Voeding en verzorging hond

Voeding

Van een voedzaam, evenwichtig hondenvoer wordt uw hond sterk, goed gespierd en krijgt een gezonde vacht. Het is een veel voorkomend misverstand dat de hond net als de mens afwisselend moet eten. Van nature eet de hond ook niet zo afwisselend als de mens. Het is gemakkelijker en beter uw hond een evenwichtige maaltijd voor te zetten.   

Voor een werk hond of een pup, moet het voedsel meer calorieën bevatten. Bij oudere honden moet het hondenvoer juist weer minder calorierijk zijn. Er zijn verschillende voeders op de markt die goed op deze verschillen inspelen. 

SPECIALE AANDACHT VOOR GROTE- EN REUZENRASSEN!!

Pups van grote en reuzenrassen (> 25 kg volwassen gewicht) hebben een genetische aanleg voor de ontwikkeling van skeletproblemen zoals osteochondrosis en heupdysplasie.

Het wel of niet ontwikkelen van deze stoornissen is, naast de genetische aanleg, ook afhankelijk van andere factoren, zoals een te hoge calciumopname, te snelle groei en overgewicht. U kunt deze factoren in hoge mate onder controle houden door uw pup een voeding te geven met een uitgebalanceerd calciumgehalte en een afgestemd vet- en energiegehalte. Hiermee wordt voorkomen dat uw pup te snel groeit en er problemen ontstaan met botten en gewrichten.

Bij ons in de kliniek raden wij aan deze pups rond de leeftijd van 6 maanden over te zetten naar volwassen voer. 

Drachtige hond 

In het laatste derde deel van de dracht en tijdens de zoogperiode stijgt de energiebehoefte van de teef enorm. De melkproductie moet, wat betreft hoeveelheid en samenstelling, optimaal zijn om aan de voedingsbehoefte van de groeiende pups te voldoen.

Van voeding overschakelen

Het volgende kan uw hond helpen de nieuwe voeding te accepteren. Stap binnen 2 tot 7 dagen geleidelijk over op de nieuwe voeding, waarbij u elke dag een groter deel van de nieuwe voeding door de gebruikelijke voeding mengt.

Dieetvoer

Soms is het nodig de hond wegens een bepaalde ziekte, zoals een lever- of nierprobleem, op een speciaal  voer te zetten. Deze voeders zijn bij ons in de praktijk verkrijgbaar. 

Verzorging hond

  • Vacht. In principe heeft iedere hond vachtverzorging nodig. Een kortharige hond heeft natuurlijk minder verzorging van zijn vacht nodig dan een langharige hond, maar ook tijdens de ruiperiode zult u tijd moeten steken in het verzorgen van de vacht. Bij sommige hondenrassen moet of kan de vacht regelmatig worden geknipt of geschoren, dit om bijvoorbeeld te voorkomen dat het haar gaat klitten. 
     
  • Oren. Er mag geen vieze geur uit de oren komen en ze moeten er schoon uitzien. De oorschelp kan eventueel met een vochtig wattenschijfje of een wattenstaafje worden schoongemaakt, maar alleen als er overduidelijk oorsmeer in het oor zit. Als de hond echt last heeft van de oren (krabben, met de kop schudden) is een bezoekje aan de dierenarts zeker verstandig.
     
  • Ogen. Het is niet erg als je in de ooghoeken van je hond af en toe wat vuil ziet zitten. Dit kunt u schoonmaken met een watje gedoopt in afgekoeld gekookt water. Als er een erge ontsteking is kunt u het best even bij ons langskomen. Ook voor andere problemen zoals een uitpuiling van het derde ooglid, het blauwer worden van het oog en vreemde voorwerpen in het oog kunt u natuurlijk bij ons terecht.
     
  • Nagels. De meeste honden slijten hun nagels goed af door buiten te lopen. Soms is het, vooral bij de oudere hond, nodig de nagels te knippen. Dit kan bij ons in de praktijk.